nieuws

Ruimte voor maatwerk? Kwestie van de wet beter uitvoeren

Als we als gemeentelijk professionals aan mensen in de bijstand maatwerk willen leveren, moeten we volgens Tjalling Smit, jurist bij Gemeente Eemsdelta en beleidsadviseur bij SAM, gewoon gaan doen wat al in de wet staat. In artikel 18 van de Participatiewet om precies te zijn. Dáár zit alle ruimte die je nodig hebt. Hij pleit ervoor dat we voor het leveren van maatwerk dus juist dichter op de letter van de wet gaan zitten. Daarmee zijn echter niet alle problemen opgelost: de te lage bijstandsnorm blijft een obstakel dat ‘Den Haag’ zo snel mogelijk weg moet nemen.

Tjalling Smit

Als Pim Fortuyn niet zo abrupt aan zijn einde was gekomen had hij ongetwijfeld een tweede boek uitgegeven: “DE ROTZOOI VAN RUTTE”. Want hoewel de tijd is verstreken, lijkt het wel of de klok de afgelopen 19 jaar stil heeft gestaan. Wéér lezen we genadeloze analyses van de collectieve sector en weer klinkt de roep om een herstelprogramma. En na de toeslagaffaire klinkt de roep om maatwerk helemaal harder dan ooit tevoren. De vraag is of die roep wel zo nieuw is en wat de uitvoering met die roep kan. Vandaag de dag heerst de opvatting dat de wet streng en onrechtvaardig is. Dat klantmanagers, de  uitvoerders van die wet, voorgeprogrammeerde robots zijn die hun werk gevoelloos uitvoeren en niet verder kijken dan hun neus lang is. Maar is de wet wel zo streng en onrechtvaardig en wordt er geen maatwerk meer geleverd zoals de publieke opinie ons wel eens doet geloven?

Vangnet voor iedereen
De bijstand vindt zijn grondslag in artikel 20 lid 3 van de grondwet – ‘Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege’. Dat maakt dat de bijstand een inkomensvoorziening is. De bijstand is daarbij het vangnet van de sociale zekerheid en moet ervoor zorgen dat Nederlanders ‘hier te lande’ die geen beroep kunnen doen op andere inkomensvoorzieningen of sociale voorzieningen in ieder geval beschikken over een inkomen dat in de kosten van levensonderhoud voorziet.

Norm volstaat niet meer
Vanaf 2005 moeten gemeenten een individuele inkomenstoeslag verstrekken aan mensen die langdurig in de bijstand zitten. Die regeling is bedoeld als financiële compensatie voor mensen die langdurig zijn aangewezen op een inkomen op bijstandsniveau. Dat inkomen staat onder druk. Zeker als er na verloop van tijd geen enkel perspectief op inkomensverbetering bestaat. Of met andere woorden: als je langdurig op bijstand bent aangewezen is de toegekende voorziening niet toereikend. Dat kan niet anders worden gelezen dan dat met de huidige bijstandsnorm het onmogelijk is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Met die compensatie erkent de wetgever dat de norm niet meer volstaat en faalt zij door de normen niet aan te passen. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te bedenken, ook in omgekeerde richting. Zo is vanuit het complementaire karakter van de bijstand een inkomensvrijlating niet uit te leggen. Het is niet uit te leggen dat een werkende burger meer nodig heeft om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien dan een niet werkende burger. De gedachtegang dat arbeid zou moeten lonen is een begrijpelijke. Dat neemt echter niet weg dat de vrijlating haaks staat op de gedachte van het laatste vangnet en het complementaire karakter van de bijstand. 

Het individu staat al centraal
De bijstand zet de burger, het individu, centraal. Bij de uitvoering van de wet is de uitvoerder gehouden ‘de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende’ (artikel 18 PW). Er wordt uitgegaan van het maatwerkprincipe. Daarom moet altijd een toetsing plaatsvinden van de omstandigheden van het individuele geval.[1]  Het is een understatement dat de huidige uitvoeringspraktijk hierin tekortschiet en dat dit beter en anders moet. Zelden worden de verhalen die schuilgaan achter de aanvraag gehoord. Stelselmatig worden de ogen gesloten voor de gevolgen van de uitsluiting en de daarmee samenhangende armoede. Terwijl we juist ons hart moeten laten spreken en samen handen en voeten moeten geven aan het individualiseringsbeginsel van de bijstand. 

Denken in mogelijkheden
Laten we denken in de mogelijkheden van toewijzingen en alleen afwijzen als het niet anders kan. Dat is maatwerk in de zin en in de bedoeling van de wet. Alleen zo komen we tot een evenwichtig besluit. En alleen zo kan worden voorkomen dat maatwerk in bijstand de pinpas wordt van elk maatschappelijk probleem, waarvan de rekening bij de gemeenten wordt neergelegd. De roep om maatwerk moeten we mijns inziens omzetten in een dringende oproep om handhaving van de wet

Maar dit alles kan niet zonder een bijstandsnorm die voldoende is om in de kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Dus politiek Den Haag, pak je verantwoordelijkheid en zorg voor een goed fundament en voor een behoorlijke bijstandsnorm. Want bijstand, dat is ons een zorg!!

[1] (TK 2002-2003, 28 870 nr. 3, p. 13-14, CRvB 29-6-2010, ECLI:NL: CRVB:2010:BM9785.

gerelateerde artikelen

14 oktober

Gelijke kansen in werk: hoe zorgen we daarvoor?

Op maandag 15 november is de online slotbijeenkomst Gelijke Kansen en Non-Discriminatie (GKND) van het […]

13 oktober

Hartheidsclausule

Maandag, vijfentwintig september tweeduizendzestien, vijf voor tien. Nog vijf minuten tot het einde van het […]

13 oktober

Nog steeds zorgen om de Onderwijsroute in de nieuwe Wet Inburgering

Vorige week werd duidelijk dat er nog steeds reden is tot zorg over het onderwijs […]