nieuws

“Ik wil aan het werk, maar word niet geholpen”

Over de hardnekkige hobbels bij re-integratie van psychisch kwetsbare kandidaten

Ondanks allerlei projecten en stimuleringsregelingen worden veel mensen met een psychische kwetsbaarheid niet optimaal ondersteund bij hun re-integratie. Terwijl ze wel graag aan het werk willen. Jildau His van ’t Zand schreef er dit opiniestuk over waarin ze ook praktijkvoorbeelden geeft uit haar dagelijkse werk. Jildau His is casemanager bij Gemeente Ooststellingerwerf en projectleider Psychische Kwetsbaarheid bij SAM. Ze is blij met de samenwerking tussen GGZ, gemeenten en UWV die op veel plekken tot stand komt, maar ziet ook dat de praktijk weerbarstig blijft.

Hiermee openen we graag het gesprek met onze leden over deze problematiek, om er vervolgens alles aan te doen om professionals te ondersteunen en beleidsmakers en politici te laten zien dat er op het gebied van wet- en regelgeving én op het gebied van uitvoerend beleid nog werk aan de winkel is. 

Luister ook naar deze podcast, waarin Jildau pleit voor een stevig netwerk tussen klantmanagers, Wmo-consulenten en jobcoaches.

De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor mensen met psychische kwetsbaarheid en hun begeleiding naar werk. Vanaf 2013 lopen er diverse landelijke en regionale projecten om de samenwerking tussen UWV, GGZ en gemeenten te verbeteren voor de re-integratie van mensen die psychisch kwetsbaar zijn.

Dit zijn belangrijke projecten omdat mensen met een uitkering drie keer vaker psychische hulp ontvangen (GGZ-behandeling of medicijnen voor psychische klachten) dan werkenden of schoolgaanden: 31 tegenover 10%, blijkt uit onderzoek van het CBS en Harvard University (2013). Uitkeringsgerechtigden nemen ruim 58% van de totale kosten van de geestelijke zorg voor hun rekening. CBS-onderzoek bevestigde in 2019 deze uitkomsten.

Maar nog belangrijker is de constatering dat werk bijdraagt aan herstel. Dit blijkt bijvoorbeeld uit onderzoek van Lex Burdorf, hoogleraar aan het Erasmus Medisch Centrum, dat aantoont dat arbeid bijdraagt aan herstel. Mensen die gaan werken ervaren een forse stijging van zowel mentale als fysieke gezondheid en een positiever zelfbeeld.

Door de projecten die zijn gestart zijn een flink aantal mensen ondersteund bij hun wens om aan het werk te gaan, maar er staat nog een grote groep langs de zijlijn. Hoe kan dat? De arbeidsmarkt staat toch te springen om personeel? Er zijn meer vacatures dan dat er werkzoekenden zijn.

Als uitvoerend professionals zien we dagelijks mensen die graag aan het werk willen, maar niet optimaal worden geholpen. Wat moet er veranderen en wat kunnen wij als professionals in het publiek sociaal domein hierin betekenen?

De systeemfout: scheiding tussen re-integratie en zorg
Het beleid in Nederland, de inrichting van de gezondheidszorg en begeleiding van werkzoekenden en chronisch zieken maakt het soms moeilijk om mensen te ondersteunen. Er staan allerlei ‘schotten’.

Er is een duidelijke scheiding tussen behandeling en re-integratie waardoor het lastig of zelfs onmogelijk is om met professionals uit het ‘andere domein’ samen te werken. Het gevolg: mensen moeten óf lang wachten op passende ondersteuning of krijgen het helemaal niet.

Wie wel, wie niet?
Psychische aandoeningen kunnen variëren van licht tot (zeer) ernstig. EPA (Ernstig Psychische Aandoeningen) en CMD (Common Mental Disorders) zijn termen die veel gebruikt worden om het onderscheid in de mate van ernst duidelijk te maken. Tot nu toe ging in de projecten veel aandacht naar de EPA-populatie, terwijl mensen met CMD ook baat kunnen hebben bij diezelfde ondersteuning. Hierdoor dreigt een grote groep mensen met arbeidspotentieel langs de zijlijn te blijven staan omdat er voor hen niet voldoende aandacht is.

Wat betekent die scheiding tussen behandeling en re-integratie concreet in de praktijk? In de meeste arbeidsmarktregio’s lopen projecten om de samenwerking tussen GGZ en Werk & inkomen te verbeteren. Maar niet alle GGZ-instellingen nemen deel aan die projecten. Dit betekent dat de GGZ-instelling waar mensen onder behandeling staat mede bepalend is voor de mate waarin iemand ondersteund wordt om aan het werk te gaan.

Schotten
Daarnaast zorgt de strikte scheiding tussen zorg en re-integratie er ook voor dat GGZ, Werk & Inkomen en re-integratiebedrijven niet altijd over de benodigde informatie beschikken om iemand optimaal  te ondersteunen richting werk.

Ondertussen, in de praktijk…
Joke valt uit in werk vanwege psychische klachten en ontvangt geruime tijd een uitkering van het UWV. In het verleden is dit vaker gebeurd. Op de UWV-uitkering volgt een uitkering volgens de Participatiewet. Ze wil graag weer aan het werk. De re-integratieconsulent van de gemeente voert meerdere gesprekken met Joke en benadert in overleg met haar ook de betrokken partijen: GGZ-instelling, UWV en een re-integratiebedrijf dat is ingezet door het UWV. Op basis van de verzamelde informatie wordt met de betrokken instanties geconcludeerd dat door de strikte scheiding tussen zorg en re-integratie zij niet met elkaar hebben kunnen afstemmen over de wens van Joke om betaald aan het werk te gaan. Dit heeft tot gevolg gehad dat er geen passende re-integratieondersteuning is geboden. Naar aanleiding van het overleg met Joke en alle betrokken partijen en de verkregen informatie lijkt het de re-integratieconsulent van de gemeente wenselijk om een IPS-traject te starten. IPS staat voor Individuele Plaatsing en Steun. Dit is een methode om mensen met een ernstige psychische aandoening te helpen bij het verkrijgen en behouden van betaald werk. De re-integratieconsulent bespreekt het inzetten van een IPS-traject met Joke en de GGZ. Beide zien een IPS-traject als een passende re-integratietraject. 

Er is één probleem, Joke staat onder behandeling bij een GGZ-instelling die geen IPS kan bieden. Echter door bemiddeling van de GGZ-instelling en de gemeente kan het IPS-traject tot stand komen bij een andere GGZ-instelling. Na verloop van tijd gaat Joke via het IPS-traject betaald aan het werk. In de situatie van Joke is het gelukt om passende re-integratieondersteuning te bieden. De manier waarop dit tot stand is gekomen is ongebruikelijk. 

Individuele plaatsing en steun
IPS (individuele plaatsing en steun) wordt georganiseerd door een IPS-behandelaar. Dit betekent dat als je een behandelaar hebt die niet bekend is met IPS of je bij een GGZ-instelling onder behandeling staat die geen IPS kan bieden, de kans klein is dat je kan deelnemen aan een IPS-traject.

Meer wegen naar werk
IPS is een mooie – bewezen effectieve – re-integratiemethodiek. Maar er zijn ook andere manieren om mensen met psychische kwetsbaarheid te ondersteunen bij hun wens om aan het werk te gaan. Denk hierbij aan goede samenwerking tussen Wmo- en Participatieconsulenten, UWV, scholen en betrokken hulpverleningsinstanties (GGZ of andere instanties). Door goede afstemming tussen de kandidaat en alle betrokken partijen en door gebruik te maken van elkaars expertise en netwerk kunnen mensen beter ondersteund worden bij hun wens om aan het werk te gaan. Daarnaast moeten wij het netwerk van de kandidaat ook niet onderschatten. Hiervoor zou veel meer aandacht moeten komen!

De aandachtsfout: gemeente investeert in verkeerde doelgroep
In nog té veel gemeenten wordt hoofdzakelijk geïnvesteerd in de mensen die goed bemiddelbaar zijn, met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt. Vreemd eigenlijk, want als het met de economie goed gaat, is er veel vraag naar personeel en vinden deze mensen vaak zelf al hun weg naar de arbeidsmarkt. Het is dus veel verstandiger om meer te investeren in de mensen die moeite hebben om zelfstandig een baan te vinden, maar waarvoor wel mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn.

Óf zorg, óf werk
Er zijn gemeenten met een duidelijke scheiding tussen zogenaamde werk- en zorgklanten. De werkklanten zijn goed bemiddelbaar richting werk en worden daarin ook ondersteund. De zorgklanten staan onder behandeling van een GGZ-instelling, gaan naar de dagbesteding of men vindt dat zij vanwege persoonlijke omstandigheden niet bemiddelbaar zijn richting werk. Soms bepaalt de consulent dit, maar vaak wordt een diagnose-instrument gebruikt. De doelgroep waarbij je ingedeeld wordt, bepaalt grotendeels welke ondersteuning je krijgt bij je wens om aan het werk te gaan.

Bij sommige gemeenten is het voor ‘zorgklanten’ erg moeilijk om überhaupt re-integratieondersteuning te krijgen. Omdat het in sommige gemeenten lastig is om van het ene team over te gaan naar het andere team maar ook omdat het budget per doelgroep verschilt en het kennisniveau over re-integratie en psychische kwetsbaarheid wisselend is.

Blijven zoeken naar mogelijkheden
Iedereen binnen het sociaal domein is ermee bekend: mensen die 5 jaar of langer een uitkering ontvangen en aan allerlei trajecten hebben deelgenomen. Trajecten die niet hebben geleid tot uitstroom, waardoor mensen teleurgesteld zijn geraakt. Sommige mensen zijn ook bang om deel te nemen aan een nieuw traject vanwege opgedane ervaringen in het verleden. Ook in deze groep zitten mensen die graag aan het werk willen en waarvoor ook mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn. Het is belangrijk dat voor deze groep meer tijd en aandacht komt en dat de professionals die betrokken zijn meer ruimte ervaren om af te stemmen met elkaar, gebruik maken van elkaars expertise en elkaar durven aan te spreken. De organisatie waarvoor men werkt heeft hierin een belangrijke faciliterende rol.

Ondertussen, in de praktijk…
Johan is al lange tijd bekend met psychische problemen. Hij combineert dagbesteding en behandeling bij de GGZ met vrijwilligerswerk. Hij heeft het niet naar zijn zin bij de dagbesteding en zou graag betaald aan het werk willen, maar vindt dit ook spannend. Johan ervaart geen ondersteuning bij zijn wens om aan het werk te gaan. De Wmo-consulent is bekend met de wens van Johan en besluit zijn collega van de Participatiewet in te schakelen om te kijken hoe de gemeente Johan kan ondersteunen om betaald aan het werk te gaan. Dit leidt ertoe dat Johan samen met de Wmo-consulent en de PW-consulent een re-integratieplan maakt. Dat leidt ertoe dat Johan meer vrijwilligerswerk gaat doen en stopt met de dagbesteding. Daarnaast krijgt hij ambulante begeleiding en passende scholing. Ook kan Johan op grond van zijn problematiek aanspraak maken op de indicatie banenafspraak. Johan vindt uiteindelijk een passende baan en vanuit de indicatie banenafspraak krijgt hij ondersteuning op de werkplek.

Ondertussen, in de praktijk…
Janet is in regulier onderwijs meerdere keren uitgevallen vanwege psychisch klachten. Omdat het niet mogelijk lijkt te zijn om onderwijs te volgen besluit Janet te stoppen met school en een PW-uitkering aan te vragen. De gemeente ondersteunt Janet vervolgens richting passende scholing. Met behoud van uitkering kan Janet scholing volgen waardoor zij haar kansen op werk vergroot. Janet heeft een indicatie banenafspraak en de scholingsorganisatie en de gemeente willen Janet begeleiden naar werk. Er is al zicht op een betaalde baan. Aan het eind van het traject verhuist Janet echter naar een andere gemeente. De gemeente waar ze naartoe verhuist heeft geen mensen beschikbaar om haar te begeleiden en plaatst haar daarom voorlopig op een plek voor dagbesteding. Op deze plek heeft ze het niet naar haar zin.

Belangrijk: dienstverlening aan de werkgever
Kandidaten die worden ondersteund bij hun wens om aan het werk te gaan, realiseren ook vaak via hun eigen netwerk een baan. Sommige kandidaten hebben echter te maken met diverse afdelingen binnen de gemeente en/of UWV en instanties zoals bewindvoerder, reclassering, verslavingszorg, GGZ, ambulant begeleiding, dagbesteding etc. Het is onze taak om te zorgen dat de kandidaat en alle betrokken partijen goede duidelijke afspraken met elkaar maken zodat de kandidaat zijn werk goed kan uitvoeren en de werkgever geen hinder ondervindt van alle partijen die ook betrokken zijn. Het is voor een werkgever belangrijk om te weten op wie hij kan terugvallen. Met nazorg of jobcoaching voorkomen we dat mensen uitvallen, zich verder ontwikkelen en bij niet verlenging van het arbeidscontract tijdig op zoek gaan naar een andere werkgever.  en opnieuw een uitkering moeten aanvragen. Het afstemmen van afspraken met betrokken partijen en bieden van langer durende ondersteuning znazorg zijn aspecten die meer aandacht verdienen.

Sleutelfiguur: de uitvoerend professional
Er zijn systemische problemen en problemen die binnen uitvoeringsorganisaties worden gecreëerd. Natuurlijk is het belangrijk dat er verbeteringen komen. En professionals moeten daarom betrokken worden in het beleid en de keuzes die de organisatie maakt. Of die problemen worden opgelost of niet, ze zullen altijd blijven bestaan en professionals moeten daarbinnen toch de best mogelijke oplossing bieden. Samenwerken in een dynamische omgeving met complexe vraagstukken is wel degelijk mogelijk.

In de zoektocht naar die nieuwe dynamiek stuitte Hans Bosselaar, senior onderzoeker Bestuurswetenschap & Politicologie bij de VU,  op een nieuw fenomeen: De Dinges[1]: een sleutelfiguur binnen de re-integratie. Een dinges heeft volgens Bosselaar zelf een duidelijke opvatting over wat er speelt en wat er nodig is. Een Dinges gaat uit van de bedoeling en niet van de letter van de wet. Eigenlijk zou elke re-integratieconsulent een Dinges moeten zijn.

Wat betreft de ondersteuning aan mensen die aan het werk willen zijn er nog veel uitdagingen en verbeterpunten. Op een aantal punten kunnen wij als uitvoerend professionals in het publiek sociaal domein actief invloed uitoefenen. Wij willen met elkaar de kwaliteit van de geboden dienstverlening binnen de gemeente en UWV bespreekbaar maken en kijken wat verbeterpunten zijn en daar actief mee aan de slag gaan.

[1] https://research.vu.nl/ws/portalfiles/portal/74527214/Hans_Bosselaar_De_ontdekking_van_de_Dinges.pdf

gerelateerde artikelen

14 oktober

Gelijke kansen in werk: hoe zorgen we daarvoor?

Op maandag 15 november is de online slotbijeenkomst Gelijke Kansen en Non-Discriminatie (GKND) van het […]

13 oktober

Hartheidsclausule

Maandag, vijfentwintig september tweeduizendzestien, vijf voor tien. Nog vijf minuten tot het einde van het […]

13 oktober

Nog steeds zorgen om de Onderwijsroute in de nieuwe Wet Inburgering

Vorige week werd duidelijk dat er nog steeds reden is tot zorg over het onderwijs […]