nieuws

Hartheidsclausule

Maandag, vijfentwintig september tweeduizendzestien, vijf voor tien. Nog vijf minuten tot het einde van het telefonisch spreekuur. Buiten trekt de herfstwind aan. Vanuit het raam zie ik hoe donkere wolken zich samenpakken. De eerste regendruppels slaan hard tegen de kantoorruiten. Ik ben wat aan het mijmeren. Een schrille beltoon voert mij terug naar het nu. Ik neem de telefoon op. Ik introduceer mezelf en vraag aan de persoon aan de andere kant van de lijn wat ik kan betekenen.

Het blijft stil. Bijna doodstil. Om het zwijgen te doorbreken vraag ik met wie ik spreek. Een schreiende stem zegt “met Jacobien”. Ik weet wie het is. Ik ken haar. Ze vertelt mij dat haar moeder onverwachts is overleden. Ik betuig mijn oprechte deelneming en vraag hoe ik haar kan helpen. Ik hoor hoe ze diep ademhaalt. Met een brok in haar keel vraagt ze om een voorschot van honderdvijftig euro om de zaken voor de begrafenis te kunnen regelen.  Haar moeder woont in Vlissingen en vanuit het noorden van het land is het een dure onderneming om in Zeeland te komen. Ze voegt daaraan toe of ze het direct kan komen ophalen. Hoewel het tegen het beleid is om op lopende uitkeringen een voorschot te verstrekken, beslecht mijn hart het dilemma tussen ratio en empathie. Ik zeg haar toe dat ze over een uur de gevraagde honderdvijftig euro kan ophalen.

Een uur later, in de hal van het gemeentehuis, zie ik haar staan. Ik loop op haar af, druk haar de hand en condoleer haar. Met enige ontroering in haar stem bedankt ze mij. Terwijl ik de honderdvijftig euro in haar handen druk vraag ik of ze in een leven na de dood gelooft. Verbaast kijkt ze mij aan en met een snikkende stem zegt ze dat dat niet het geval is. Dat is vreemd, zeg ik, want jouw dossier vertelt mij dat je moeder al twee keer is overleden.

Haar mond valt open van verbazing. Je weet het, stamelt ze. Ja, zeg ik. Ze vraagt mij waarom ze toch een voorschot krijgt. Ik antwoord haar dat ik begrijp dat ze geen geld meer heeft en als een kat in het nauw een rare sprong heeft gemaakt. Ik leg haar uit dat een leugen haar niet verder helpt. Ik vertrouw haar toe dat ik waar ik kan, haar wil helpen en dat ze in uitzonderlijke gevallen nog altijd een beroep kan doen op mijn hartheidsclausule. Terwijl zij met enige verbijstering het pand verlaat weet ik dat zij het in haar gestelde vertrouwen niet meer zal schaden.

 

Tjalling Smit

Naar aanleiding van: https://sprankmagazine.nl/misschien-moet-er-een-wet-komen-op-professionele-ongehoorzaamheid.

gerelateerde artikelen

14 oktober

Gelijke kansen in werk: hoe zorgen we daarvoor?

Op maandag 15 november is de online slotbijeenkomst Gelijke Kansen en Non-Discriminatie (GKND) van het […]

13 oktober

Nog steeds zorgen om de Onderwijsroute in de nieuwe Wet Inburgering

Vorige week werd duidelijk dat er nog steeds reden is tot zorg over het onderwijs […]

12 oktober

Onderzoek ‘Inburgering is ook: aandacht voor opvoeding en ouderschap’

Opvoeding en ouderschap zijn nog te vaak onderbelichte thema’s tijdens de inburgering. De nieuwe inburgeringswet […]