nieuws

Bespiegeling

‘Den Haag, bemoei je met je eigen (sociale) zaken’

Over de auteur en achtergrond van deze opinie: Tjalling Smit is juridisch adviseur bij Gemeente Eemsdelta en beleidsadviseur bij SAM. Hij nam op 11 oktober deel aan de stakeholdersbijeenkomst over de Participatiewet op het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daar werden gevolgen van wet- en regelgeving besproken en werd gezocht naar mogelijkheden om de menselijke maat centraal te stellen in de uitvoeringspraktijk.

Geen vergrootglas, maar een spiegel
Waar is de menselijke maat? Dat is de vraag die politici – en met hen het merendeel van de Nederlanders – stellen als het gaat om de toeslagenaffaire en ook de boodschappenaffaire van Wijdemeren. De conclusie is steeds weer dat het aan die menselijke maat ontbreekt. Vanuit mijn professie als uitvoerder van de Participatiewet zie ik echter dat het dwingende karakter van die wet geen ruimte laat voor die menselijke maat. Sterker nog: met die dwingende wetgeving is politiek Den Haag op de plek van de uitvoerder gaan zitten en heeft het zijn gat verbrand. En nu wordt, al zittend op de blaren, gekeken naar fouten in de uitvoering. Dit getuigt wat mij betreft van weinig reflecterend vermogen. Wie zei ook alweer: “Wie fouten zoekt, moet geen vergrootglas pakken maar een spiegel?” Als politiek Den Haag niet zelf die spiegel ter hand neemt, moeten wij uitvoerders hen die spiegel voorhouden. Dan ontstaat hopelijk het inzicht dat de dwingende wetgeving uitvoerders voor keuzes plaatst die eigenlijk geen keuzes zouden moeten zijn.

Wie niet werkt, die niet eet
Waar ging het mis met die wetgeving? Toen ‘werk voor inkomen’ het uitgangspunt werd. Vanaf dat moment draaide het niet meer om inkomensvoorziening, maar om het verkrijgen van werk. Daarbij werden wij als uitvoerders gedwongen om mensen die om wat voor reden dan ook niet meewerken, te onthouden van inkomen. Ziedaar het dilemma: wie werkt in de inkomensvoorziening is in principe beroepsmatig gericht op het bieden van hulp en ondersteuning, van een sociaal vangnet aan mensen die over onvoldoende middelen beschikken om in de kosten van hun bestaan te voorzien. Zo staat het ook in artikel 11 van de Participatiewet. Maar met de koppeling van werk en inkomen wordt van die professionals gevraagd om hulpbehoevende personen een inkomen te ontzeggen: wie niet werkt, krijgt geen inkomen. Ergo: wie niet werkt, die niet eet.

Ik pleit voor de omgekeerde toets: uitgaande van artikel 11 van de Participatiewet is het niet ‘werk voor inkomen’ maar ‘inkomen voor geen werk’. Het wordt tijd dat daar de nadruk weer op wordt opgelegd. Want iedereen aan het werk, dat werkt niet!

Profijt versus pakkans
Elke vorm van geldverstrekking op wettelijke basis kan misbruikt worden. Als het gaat om de Participatiewet kan het zijn dat iemand doet alsof hij niet kan werken, of een andere bron van inkomsten verzwijgt. Na vijftien jaar ervaring in de spreekkamer durf ik te beweren dat deze groep klein is. Maar omdat elke fout direct als ‘schending van inlichtingenplicht’ – en dus fraude – wordt ingeboekt wordt het fraudecijfer kunstmatig hoog gehouden. En daarmee legitimeert de politiek een veel te harde aanpak. Terwijl de gedachte dat met een harde aanpak fraude kan worden voorkomen een utopie is. Net als de wetgever en de uitvoerend professional werkt de fraudeur met een risicoprofiel: profijt versus pakkans. De verplichte intrekking van het recht op bijstand, de verplichte terugvordering over een periode van 10 jaar en het verplicht opleggen van een boete maken de afweging van de fraudeur echt niet anders. Al denkt Den Haag van wel, de uitvoering weet wel beter.

Eigen schuld, dikke bult
Dwingende voorschriften bepalen nu dus dat de professional elke misstap moet aanmerken als fraude. Zonder enige vorm van menselijke maat moeten we iemand een inkomen ontzeggen en opzadelen met torenhoge schulden: eigen schuld, dikke bult. Zet uitvoerders bij elkaar en over een ding zijn we het al snel eens: Garandeer te allen tijde een bijstandsnorm die hoog genoeg is om in de kosten van het levensonderhoud te voorzien. Een norm die voldoende financiële middelen biedt om weer mee te kunnen doen. Ook als je een misstap hebt begaan.

Rommelruimte
De roep om maatwerk? Dat is wat mij betreft, zo moge nu wel duidelijk zijn, politieke prietpraat. Het verbloemt de twijfelachtige rol die de politiek heeft gespeeld bij het formuleren van de dwingende wetgeving waar we als uitvoerders mee opgescheept zitten. Bovendien ontkent die roep om maatwerk het feit dat al die uitvoerend professionals in het publiek sociaal domein allang dagelijks maatwerk proberen te leveren. Terwijl zij daartoe eigenlijk alle ruimte ontberen. Want dat is wat we nodig hebben: ruimte. Noem het voor mijn part rommelruimte. Geen dwingende en knellende voorschriften. Geen kosten en batenanalyses. Kom met faciliterende wetgeving die ons in staat stelt om te doen wat nodig is. En wat er nodig is, dat weten wij zelf het beste. Daarvoor hoeft de politiek niet op onze (werk)stoel te gaan zitten. Ik zou bijna zeggen, Den Haag, bemoei je met je eigen (sociale) zaken!

gerelateerde artikelen

6 december

Webinar Inzichten in ideale dienstverlening werk, inkomen, schulden en inburgering

Hoe ziet de ideale gemeentelijke dienstverlening eruit vanuit de inwoner? En wat vraagt dat van […]

1 december

Wet Banenafspraak: samen de knelpunten te lijf

De Wet Banenafspraak is alweer 7 jaar onder ons. Toch ervaren we nog verschillende knelpunten […]

26 november

‘Betrek uitvoering bij beleidsontwikkeling’

Over inclusieve re-integratie Wat is er nodig om meer aandacht te krijgen voor Gelijke Kansen […]